Voorbeeldles GPS

De GPS is een bijna onmisbaar hulpmiddel bij de navigatie. De GPS geeft informatie over de positie, snelheid, kompas, afgelegde weg en meer. En, waar je ook bent, de GPS bepaalt je bestek met een grote nauwkeurigheid: de maximale afwijking bedraagt zo'n 20 meter. Met één druk op de knop weet je precies waar je je bevindt. Die coördinaten moet je vervolgens wel met de hand in de kaart zetten. Bij elektronische kaarten gaat dit automatisch.

Het GPS systeem werkt 24 uur per dag, overal op aarde, onder alle weersomstandigheden. Tenzij de batterij leeg is...!

Voor het examen moeten de volgende zaken worden gekend:


GPS_24_satellieten.jpg


GPS signalen worden uitgezonden door 32 satellieten die om de aarde draaien in 6 elliptische banen.

GPS_positie.jpg

De GPS bepaalt de positie door het berekenen van de afstanden tussen de satellieten boven de horizon en de waarnemer.

Vanaf elke plaats op aarde zijn op zijn minst 4 satellieten zichtbaar. Voor het vastleggen van de positie zijn namelijk minimaal 4 satellieten nodig: 3 voor de positie en 1 om de klokfout te corrigeren.

Een waypoint is de geografische positie die je kunt invoeren en opslaan in het geheugen van de GPS.

XTE.jpg



Kilometertellers aan boord

Aan boord kun je gebruik maken van de log en de GPS. De log meet de snelheid waarmee je door het water vaart en het aantal Km's dat je hebt afgelegd. Dit is niet altijd de werkelijke snelheid. Als je bijvoorbeeld voor anker ligt en het water stroomt met 3 knopen, dan geeft de log aan dat je met een snelheid van 3 knopen vaart.

De GPS werkt volgens een ander principe en geeft daarom altijd de werkelijke snelheid aan.


Belangrijke begrippen en afkortingen

XTE (cross track error) geeft de afwijking aan ten opzichte van de berekende koerslijn.

ETA (Estimated Time of Arrival): de verwachtte aankomsttijd.

POS (position): je positie.

COG (Coars over ground), ook wel Track genoemd: de werkelijke koers die je vaart ten opzichte van het land. Deze kan behoorlijk afwijken van de KK (Kompaskoers)!

SOG (Speed over ground): de werkelijke snelheid die je vaart ten opzichte van de grond.

BRG (bearing): de ware peiling (richting in graden) van je huidige positie naar het volgende waypoint.

DST (distance): de afstand tot het eerstvolgende waypoint.

TTG: 'time to go': tijd tot het eerstvolgende waypoint.

MOB: aparte knop op de GPS voor het vastleggen van Man Over Board positie.


GPS_handheld.jpg


Instellen van de GPS

In de GPS moet de kaartdatum worden ingevoerd. Meestal is dit WGS84. Deze staat op de zeekaart vermeld.

Verder voer je in:

  • de eenheid van afstand: in KM's of Nautical Miles (M);
  • de eenheid van snelheid: in KM's per uur of Knopen (Mijlen per uur);
  • de tijdzone: voor Nederland is dit de MET (Midden Europese Tijd).